IJsbaan 1900-1990


IJsbaan 1900-1990
©:

IJsbaan 1900-1990  

In de Drachtster Courant stond een verslag van het 40-jarig jubileum van de ijsclub “De Welkomst” te Ureterp. Hierin werd de vermeld dat in de winter 1900-1901 enkele mannen een hardrijderij op de poel nabij het Tolheksleane – Boerestreek organiseerden. Het initiatief sloeg zo aan dat er meteen een ijsclub met 34 leden werd opgericht. De club kreeg de naam “De Welkomst”, net als de korenmolen die vlakbij deze plek heeft gestaan. Steeds wanneer er ijs was werden op deze poel hardrijderijen gehouden, later werden gedurende verscheidene jaren hardrijderijen gehouden op de z.g. “Keeze-petten” (in 1832 bij het kadaster aangegeven als “water als heide”), ongeveer tegenover de Tsjerkeleane 33) en de “Arendsvlakte” (bij de Vallaatsterweg, het “Ureterper Vallaat” ligt anno 2025 ten oosten van Drachten).

Door verkoop van de “Keese-petten” en droogmaling van de Arendsvlakte kwamen deze gebieden niet meer voor hardrijderijen in aanmerking en werd er op de “Prinse-dobbe” aan de Mounleane of op “’t Fintsje” aan de Bûtewei geschaatst. In 1929 werd besloten om een “bosch” aan de Tsjerkeleane te kopen (ten zuiden van Tsjerkeleane 33), gezamenlijk werd deze geschikt gemaakt tot ijsbaan. Om water op de baan te krijgen werd een motor en een tonmolen (een vijzel draait rond in een cilinder waardoor het water naar boven wordt geduwd) aangeschaft. Ten gevolge van ijsloze winters kon de openingsrijderij pas in januari 1933 plaatsvinden. Helaas bleek dat de baan het water niet kon vasthouden waardoor de baan niet in orde was wanneer elders wel kon worden geschaatst. Het ledenaantal liep terug van 200 naar 70. Vele pogingen werden ondernomen om het euvel te verhelpen, maar het was zonder succes. Zelfs het gebruik van asfalt om de dijken om de ijsbaan in betere staat te brengen en een windmotor om de baan van water te voorzien kon geen verlossing brengen want het water bleef weglopen. Het ijsclubbestuur stond voor een hulpeloze taak. Desondanks hield men vol.

Men wilde graag een nieuwe ijsbaan en rond 1961 kwam in ruilverkavelingsverband de eerste gesprekken op gang. Een laaggelegen, voor akker- en weidebouw weinig waardevol, perceel grond ter grootte van 2 ½ ha. ten noorden van de Bûtewei kwam in beeld. Er zijn zelfs plannen geweest voor een combinatie zwembad-ijsbaan, maar daar kwam men van terug.

Om een nieuwe ijsbaan te financieren was f 100.000 nodig. Het Rijk verstrekte een subsidie van f 75.000 gulden, een inzamelingsactie onder de dorpsbewoners leverde f 18.694,50 gulden op, de gemeente Opsterland nam f 9.065 gulden voor zijn rekening. In augustus 1967 bracht de voorzitter van de ijsclub tijdens een vergadering eindelijk het verheugende nieuws dat de nieuwe ijsbaan met de toegang aan de Bûtewei voor de winter klaar kon zijn! 

In 1969 werd het plan opgevat om, ten zuiden van de nieuwe ijsbaan, een kantine van 90 m2 met keuken en toiletten te bouwen en voor permanente verlichting te zorgen.

Kort nadat in 1990 de kantine was verkocht is het op een nacht in mei in vlammen opgegaan. Over de oorzaak tastte men in het duister, maar brandstichting werd niet uitgesloten. Tegelijk met het verplaatsen van de ingang van de ijsbaan naar de noordzijde van de ijsbaan werd er met vereende krachten een nieuwe kantine ten noorden van de ijsbaan gebouwd.  

Bronnen: Drachtster Courant, Nieuwsblad van Friesland, Leekster Courant, Leeuwarder Courant.

© Tekst: Roely de Boer

Gerelateerde informatie


OnderwerpenFoto’s



Reageren

Via onderstaand formulier kunt u een reactie achterlaten voor de auteur of de eigenaar van het item. (Roely de Boer)