Historie vrijwillige brandweer Ureterp


Historie vrijwillige brandweer Ureterp
©:

Historie vrijwillige brandweer groep Ureterp

Bij de voorbereiding van een reünie van oud-brandweerlieden in 1989 kwam toevalligerwijs een oorkonde tevoorschijn waar uit bleek dat de Ureterper brandweer rond 1938 moest zijn opgericht. Destijds is op een willekeurige dag een motorspuit in Ureterp bezorgd. Deze kreeg een plaatsje bij de plaatselijke garagehouder Jacob Meinsma aan de Weibuorren 42. Wanneer er brand was werd de spuit achter een oude auto geplaatst waarmee men zich naar de plek des onheils spoedde. Later kwam er een Dodge, een open Amerikaanse wagen. Vanwege de kou werd de wagen betimmerd. Na de Dodge kwam er een Volkswagenbusje met een losse pomp, gestationeerd bij smederij Veldstra, Weibuorren 35. Wanneer er brand was stelde Veldstra, zelf lid van de vrijwillige brandweer, de sirene op het dak van de garage in werking. Hoe langer de sirene bleef loeien, hoe erger de brand. De brandweerlieden spoedden zich naar de garage en gingen in het busje op pad, ze hobbelden over veelal onverharde wegen naar de brand. Het kon gebeuren dat ze regelmatig bleven steken in de gaten op de zandpaden, de leden van de brandweer moesten dan uit de auto om te duwen. Later, omstreeks 1962, werd de brandweerauto bij Berend de Boer, Weibuorren 13 gestald. Na de Volkswagen kwam er een Landrover en in 1979 een luxe Mercedesbus met een vaste hogedrukpomp. Met een losse motorspuitaanhanger (M.S.A.), maar ook met een tweede spuit in de wagen met schuim. Deze brandweerauto kreeg een plaats in een aangepaste schuur aan de Weibuorren 67.  

Omstreeks 1977 veranderden de taken van de vrijwillige brandweer. Er werd bezuinigd op de Burger Bescherming (B.B.), de dienst zou gefaseerd worden stopgezet. De taken van de voormalige B.B. werden ondergebracht bij de brandweer, zodat ze ook inzetbaar werden bij andere hulpverlening, zoals bij ongevallen slachtoffers bevrijden en het wegdek reinigen wanneer een vrachtauto zijn lading had verloren.

Het vroeg om een geheel andere organisatie, er kwamen opleidingen om gericht en doeltreffend bij calamiteiten op te kunnen treden. Maar vanwege het te krappe budget moesten de leden van de vrijwillige brandweer tot plm. 1995 zelf creatief aan de slag om hun vernieuwde plichten te vervullen. Een brandweerman bleef als vanouds onbezoldigd “vrijwilliger”, maar er werd wel op zijn volledige inzet gerekend, want eenieder die in nood verkeert wil snel en deskundig worden geholpen. Ze schaften zelf handschoenen en andere hulpmiddelen aan. Er was een tijd dat men slechts enkele gelaatsmaskers tot de beschikking had, wanneer tijdens een langdurige hulpverlening het gelaatsmasker van een collega moest worden overgenomen zat daar nog het zweet en snot van de voorganger in. 

De brandweersirene was inmiddels vervangen door een radiografisch apparaat met uitstekende antenne, later door een alarmontvanger met trilfunctie en gesproken woord met de melding van hetgeen aan de hand was. Deze werd in 2006 vervangen door een semafoon die bij een oproep begon te piepen en waarbij geen gesproken woord was te beluisteren, maar er verscheen een tekstbericht. 

Het was een vooruitgang toen van gemeentewege er een groter budget voor de brandweer werd vrijgemaakt en professionele krachten aangesteld werden om de organisatie en vrijwilligers bij de opleidingen en oefeningen te begeleiden. Daarmee ging de nodige aandacht mede uit naar het onderhoud van voertuigen, blus-en reddingsmiddelen, preventie en veiligheid. In 1996 werd zelfs een brandweerkazerne, met kantine en douches, aan De Gilden gebouwd, zodat er gelegenheid kwam om, na afloop van een uitruk, een nabespreking met het team, politie en ambulancepersoneel te houden.

© Tekst: Roely de Boer

Gerelateerde informatie


OnderwerpenFoto’s



Reageren

Via onderstaand formulier kunt u een reactie achterlaten voor de auteur of de eigenaar van het item. (Roely de Boer)