Reinder Spriensma
Reinder Spriensma, (8-6-1916 – 30-1-1945) en Nel de Wal (8-6-1918 – 2-7-2013) zijn vlak voor het uitbreken van de oorlog op 29 maart 1940 getrouwd,. Ze kwamen te wonen op een boerderij aan de Ferbiningswei In Ureterp.
De boerderij staat er nog, direct links na het viaduct over de A7. Alleen hoort het niet meer bij Ureterp, want na de aanleg van de autoweg A7 is dit stukje Opsterland bij Smallingerland gevoegd.
Hoe het begon
In het verloop van de oorlog moesten steeds meer mensen een schuilplaats zoeken om uit de klauwen van de bezetter te blijven. Aanvankelijk ging dit nogal chaotisch en ongeorganiseerd. Vanuit de kerken werd de LO opgericht (Landelijke organisatie voor hulp aan Onderduikers), die de hulp moest coördineren .
De LKP (Landelijke KnokPloegen) was de militante tak van de LO die onder andere overvallen en sabotagedaden pleegden. Zo kwamen ze o.a. aan persoonsbewijzen en distributiekaarten voor de onderduikers. Reinder was een van de initiatiefnemers van de LO -cel in Opsterland. Vanuit de kerk werd hem verzocht om ook Joodse onderduikers onder te brengen. Daar was veel moed en lef voor nodig, want hij wist donders goed dat het levensgevaarlijk was om Joden een schuilplaats te geven.
Aanvankelijk kwam er een Joods echtpaar en nog een Amsterdams Joods meisje, maar die hebben later elders onderdak gekregen. Daarna werd er een ouder Joods doktersechtpaar uit Amsterdam, Abraham en Rosa Jacobson, verborgen gehouden. De kinderen noemden ze ‘Pake en Beppe oare keamer’, want ze zaten verstopt achter een dun wandje in de huiskamer waar een kast voor gezet was. Daarachter was een kleine ruimte, waar net een bed en een paar stoelen konden staan.
9 augustus 1944
Het was een mooie nazomer dag. Die ochtend kwam er een Duitse overvalwagen het erf oprijden met daarin een aantal Duitsers van de Sicherheitsdienst. De boerderij werd omsingeld en van binnen en buiten met speurhonden doorzocht. Daarbij werd de schuilplaats ontdekt. De beide onderduikers werden gearresteerd en ook Reinder die nog geprobeerd had om zich te verschuilen, werd niet zachtzinnig opgepakt en afgevoerd. Nel met haar beide kleine kinderen en de derde op komst, bleef in vertwijfeling, angst en onzekerheid achter op de boerderij.
De drie arrestanten werden naar Groningen gebracht, waar Reinder door de SD ondervraagd werd in het beruchte ‘Scholtenhuis’ aan de Grote Markt, het hoofdkwartier van de SD en de Gestapo in Noord- Nederland. Om informatie in te winnen over de contacten met de illegaliteit werden de arrestanten daar aan de zwaarste mishandelingen en martelingen onderworpen. Het werd niet voor niets in de volksmond ’het voorportaal van de hel genoemd’.
Reinder heeft evenwel geen krimp gegeven, want anders hadden er wel meer overvallen plaatsgevonden.
Het Joodse doktersechtpaar Jacobson is op 3 september met de trein afgevoerd naar Auschwitz, waar ze direct na aankomst op 6 september in de gaskamers vermoord zijn. Reinder werd voor verder verhoor in de Groninger gevangenis opgesloten.
Hij heeft op 20 augustes vanuit zijn cel nog een laatste brief aan zijn vrouw en kinderen kunnen sturen. Daarin schreef hij dat hij de volgende dag zou vertrekken, maar niet wist waarheen. Het was het laatste teken van leven dat de familie van hem zou krijgen..
Kamp Vught
Maandag 21 augustus werd hij overgebracht naar het beruchte concentratiekamp Vught in Brabant. Ongetwijfeld heeft hij daar ’s ochtends, zoals alle gevangenen uren op appel moeten staan om getuige te zijn van de dagelijks executies die er plaatsvonden. Daar kwam nog de angst en onzekerheid bij of hij de volgende dag niet zelf op de executieplaats zou staan. Zijn verblijf in Vught duurde echter niet lang.
Naar een concentratiekamp
Op 'Dolle Dinsdag’, 5 september 1944 ging het hardnekkige gerucht rond dat de geallieerden op het punt stonden om Nederland te bevrijden. Nederland was in euforie, De straten raakten vol met dolenthousiaste mensen en rood-wit-blauwe vlaggen. De bezetter daarentegen raakte volledig in paniek. Hordes Duitse soldaten, NSB-ers en andere collaborateurs trachtten het vege lijf te redden door naar het oosten te vluchten.
Helaas duurde de euforie maar een dag, De wens was helaas weer eens de vader van de gedachte geweest. De Duitsers hervonden zich en hoe!. Kamp Vught werd de volgende dag in allerijl ontruimd.
De vrouwen werden ondergebracht in het vrouwenkamp ‘Ravensbrück’ en de mannen werden in oude veewagons gestopt en per trein op transport gesteld naar kamp ‘Oraniënburg’ bij Berlijn. Reinder werd tewerk gesteld in kamp ‘Sachsenhausen’, dat ligt zo’n 30 km van Berlijn. Het was een concentratiekamp en werkkamp waar gevangenen als dwangarbeider of beter gezegd als slaaf uitgeleend werden aan bedrijven, maar dat alles wist de familie toen niet. Dominee Johannes de Wal, een broer van Nel, vroeg op 18 september om informatie over Reinder bij het Ned. Rode Kruis. Het antwoord kwam pas op 8 november:
"Correspondentie met deze gevangenen is eerst mogelijk, wanneer de familie een persoonlijk bericht van hem heeft ontvangen waarin het blok- en gevangenennummer wordt medegedeeld."
Maar dat hadden ze helaas niet. Bovendien hadden de Duitse autoriteiten, volgens de brief althans, verboden om pakketten te sturen naar politieke gevangenen. Ook de posterijen namen geen pakketten meer aan.
Het tragisch einde
Reinder moest in een leemput werken. De zware leem moest met houten kruiwagens of lorries omhoog gekruid worden naar de honderden meters verderop gelegen steenfabriek
De werkomstandigheden waren onmenselijk zwaar. Wanneer men in de ogen van de bewakers niet hard genoeg werkte werd je met de zweep afgeranseld. Maar ook het eten en onderdak was erbarmelijk slecht.
Door al deze ontberingen raakte Reinder, ook al was het een sterke kerel, danig verzwakt.Het zware werk, ondervoeding, slechte huisvesting en zijn zorgen over zijn dierbaren thuis eisten zijn tol. Begin januari van 1945 kreeg hij een zware longontsteking. Klaas Duursma uit De Wilp, die er ook geïnterneerd was, heeft zich toen over Reinder ontfermd door hem extra eten proberen toe te stoppen. Een Noorse arts heeft hem zo goed mogelijk verzorgd. Het heeft evenwel niet mogen baten, want op 30 januari1 1945 is Reinder gestorven. Zijn stoffelijk overschot is daarna gecremeerd in het kamp. Hij was nog maar 28 jaar oud en liet een jong gezin achter met twee kleine kinderen en de derde op komst.
De prangende vraag blijft: hoe heeft deze catastrofe kunnen plaats vinden? Het is wel voor 100% zeker dat de Duitsers op de hoogte waren dat er illegale zaken aan de hand waren bij de Spriensma’s. Het was geen toevallige buurtrazzia op 9 augustus. Nee, de Duitsers wisten precies waar ze moesten zijn.
Er moet dus wel verraad gepleegd zijn. Door wie en waarom zal wel voor altijd een raadsel blijven. Het kan een NSB-er of een andere collaborateur geweest zijn. Maar ook een gefrustreerde (ex)onderduiker of iemand die de premie wou opstrijken die je kreeg voor het aangeven van Joden, Ook die mensen had je helaas. Nog twee maanden heeft de familie in het ongewisse moeten leven over het lot van hun dierbare.Pas in maart, een maand voor de bevrijding, kwam er een bevestiging van zijn dood.
Naschrift
Het viel begrijpelijkerwijs Nel erg zwaar om de draad van het leven weer op te pakken. Naast het verlies van haar man stond ze alleen voor de opvoeding van drie kleine kinderen en de zorg en verantwoording voor de boerderij. Ze was dubbel zwaar getroffen, want anderhalf jaar daarvoor, 3 mei 1943 is haar broer Sibbele omgekomen. Hij was een van de 16 slachtoffers die met de meistaking in 1943 bij Trimunt zijn doodgeschoten.
Eind 1945 heeft Nel de boerderij van de hand gedaan en is met haar kinderen komen wonen aan de Weibuorren. Later hebben ze nog aan de Bouekers gewoond, waarna ze in de vijftiger jaren verhuisd zijn naar it Mounein in Drachten.Het tragische lot van Reinder Spriensma was bij weinigen bekend en bij de dodenherdenkingen in Ureterp werd zijn naam niet genoemd.
Bij de dodenherdenking in 2015 is dit hiaat gelukkig hersteld. Het heeft erin geresulteerd dat hij alsnog postuum de eer kreeg die hij verdiend heeft. De stichting ’40-’45 heeft In 2018 in overleg met de nabestaanden een herdenkingszuil laten plaatsen op het Ureterper kerkhof met daarin zijn naam gegraveerd.
De zuil staat dichtbij de andere herdenkingszuil met de namen van de slachtoffers, die op 14 april 1945 zijn gesneuveld. Voor de familie Spriensma is hiermee een lang gekoesterde wens eindelijk in vervulling gegaan. Zijn naam staat nu in steen gebeiteld in Ureterp als eerbetoon aan een moedig en principieel mens, die zijn moed en principe om mensen in nood te helpen met de dood heeft moeten bekopen.
Colofon
Archief fam. Spriensma







