Het oude rusthuis aan de vaart, deel 4
Nadat eind 1972 de laatste bewoners waren verhuisd naar de Lijte, verkocht de gemeente in 1974 het leegstaande rusthuis en kwam het in particuliere handen. De nieuwe eigenaar zag er wel brood in om het gebouw beschikbaar te stellen als tijdelijke opvangplek.
25 nov. 1975 werd Suriname een onafhankelijke republiek, los van het Koninkrijk der Nederlanden. Veel Surinamers zagen die onafhankelijkheid niet zitten en verkozen om naar Nederland te gaan. De nieuwe wijk de Bijlmer in Amsterdam werd wel het nieuwe Paramaribo genoemd. Niet iedereen kon daar terecht en de nieuwe eigenaar van het rusthuis bood het aan als tijdelijk opvangcentrum. Juli 1975 kwamen de eerste Hindoestaanse gezinnen naar Ureterp. De integratie verliep gemoedelijk. Hindoestanen staan er om bekend, dat het een rustige hardwerkende bevolkingsgroep is. De kinderen gingen naar de school waarvan ik destijds de leiding had, de Master Allershofskoalle, hoek Skoalleane /Weibuorren. Ze hadden in Suriname al Nederlands op school geleerd, zodat die integratie ook geen grote problemen opleverde. Een aantal gezinnen hebben daarna nog een paar jaar in Ureterp gewoond, maar uiteindelijk zijn ze toch vertrokken naar de grotere plaatsen waar ze meer voormalige landgenoten konden treffen.
Op 30 april 1975 eindigde met de val van Saigon de Vietnamese oorlog. Het communistische Noord-Vietnam had Zuid-Vietnam ondanks de massale Amerikaanse steun uiteindelijk op de knieën gekregen. Vele Zuid-Vietnamezen probeerden de verplichte ‘heropvoeding‘ van de nieuwe machthebbers te ontvluchten door in open bootjes de Zuid-Chinese zee op te gaan, waar ze soms maandenlang in erbarmelijke omstandigheden ronddobberden. Een Nederlands tankschip heeft de overgebleven opvarenden van één zo’n bootje aan boord genomen. Samen met andere bootvluchtelingen zijn ze per vliegtuig naar Nederland gebracht, daarvan vonden 56 voor een half jaar onderdak in wat toen heette het ‘çontractpension’ aan de Vaart in Ureterp.
Veel van die 56 bootvluchtelingen waren getraumatiseerd door de meest verschrikkelijke ontberingen die ze hadden meegemaakt. Ook hier waren kinderen bij die weer bij ons op school kwamen. Dat was voor de leerkrachten een enorme uitdaging. In die tijd was er geen COA die vluchtelingen opving of begeleidde. De school kreeg geen extra faciliteiten om de kinderen goed te kunnen begeleiden. Sommige van de oudere kinderen kenden een paar woordjes Engels, maar voor de rest was het praten met handen en voeten. Desondanks was het dankbaar en inspirerend werk. Ik heb zelden in mijn carrière zulke gemotiveerde leerlingen gehad. Er werden diverse activiteiten in het dorp ondernomen om de mensen wat vertier en afleiding te bezorgen. Ik herinner me nog de bustocht naar Amsterdam met een stadsrondrit. Zover is het niet gekomen, want eenmaal in Amsterdam werd er gevraagd naar “China town” en toen dat eenmaal gevonden was hebben we ze de hele dag niet teruggezien. In de kerstvakantie hadden we op een avond een spelletjes- en sportavond georganiseerd in het oude gymlokaal. Nou, die hebben ze nooit van binnen gezien, want er viel die avond een pak sneeuw, daarmee hebben ze zich kostelijk vermaakt. Er kwamen meer uitwisselingsprogramma’s en op een zaterdagmiddag konden de Ureterpers zich tegoed doen aan heerlijke Vietnamese hapjes.
Na de Vietnamezen hebben er nog een tijdje Antillianen in het oude rusthuis gezeten.
In 1984 is het rusthuis totaal afgebrand, alleen de bungalow van het beheerdersechtpaar (ondertussen ook een bouwval) en de oude veeschuur hebben de brand overleefd.
De oorzaak van de brand is ondanks een welig tierende geruchtenstroom nooit opgehelderd.
