Het oude rusthuis aan de vaart, deel 3
In 1959 werd Willemke in het rusthuis aangesteld als keukenhulp voor 155 gulden per maand. Nu bij Willemke thuis aan de Foareker vertelt ze vol enthousiasme over haar prachtige tijd daar. Ze werd er ‘eerste keukenassistente’ en daarmee verantwoordelijk voor het hele keuken-gebeuren van koken tot het beheer en verwerken van alles wat tuin en boerderij opleverde. In 1969 vertrok de laatste ‘vader’ van het rusthuis. Door officiële instanties werd een dringend beroep op Willemke gedaan om de leiding van het rusthuis op haar te nemen. Na lang wikken en wegen stemde ze toe en daarmee kreeg ze de verantwoording om samen met een tiental medewerksters de 40 tot 50 bewoners een goede en verzorgde oude dag te bieden. Ontroerende en vaak ook fijne verhalen passeren de revue. Van bewoners, die in hun leven alleen maar armoede en ontbering hadden gekend, maar o zo dankbaar waren dat ze in hun laatste jaren liefdevol en met veel respect verzorgd werden. Maar ook hoogtepunten zoals de uitstapjes met de bus en de Sinterklaas- en Kerstvieringen. Het rusthuis had als een der eersten een televisietoestel. Het gevolg was dat op woensdagmiddag de buurtkinderen samen met de oudjes gezellig naar de tv. konden kijken en natuurlijk hoorde daar dan een traktatie bij. Het rusthuis was grotendeels zelfvoorzienend. Groente, aardappelen en fruit kwamen van eigen tuin. De levende have op de eigen boerderij, zorgde voor vlees, zuivel en eieren. Het bewerken en panklaar maken van al dit voedsel vergde veel tijd, energie en creativiteit van de ‘keukenbrigade’. Maar als het dan eenmaal opgediend werd in keurige witte schalen en borden en de bewoners lekker zat te smikkelen en te smullen was iedereen tevreden. Op verjaardagen mocht iedereen zijn lievelingsgerecht uitkiezen. Een delicatesse was de stokvis, door Willemke zelf bereid op recept van haar moeder en niet te vergeten, smullen van een schaal met zelf geplukte aardbeien met daarop een flinke dot zelfgeslagen slagroom. Al met al was het rusthuis zijn tijd ver vooruit. In de tijd dat nog niemand van het woord biologisch-dynamisch had gehoord was dat aan de Feart al jaren de normaalste zaak. In de vele plakboeken van Willemke getuigen bewoners en familieleden hun waardering en dank voor de voortreffelijke verzorging. Het grootste compliment kwam wellicht van toenmalig staatssecretaris Huizinga, die onder de indruk was van de wijze waarop het personeel de bewoners betrok bij de dagelijkse werkzaamheden, de sociale cohesie en de uitmuntende zorgverlening. Alle goede woorden konden echter niet voorkomen dat het rusthuis eind 1972 de deuren moest sluiten. Het gebouw was te gedateerd en voldeed niet meer aan de nieuwe inzichten voor ouderenhuisvesting. In de eerste aflevering heb ik al aangegeven dat de verhuizing naar De Lijle voor veel rusthuisbewoners geen onverdeeld succes was. Ondanks alle moderne voorzieningen en betere huisvesting misten ze de aandacht, geborgenheid en knusheid van hun oude tehuis. Gelukkig gingen de meeste personeelsleden mee over, zodat er toch nog iets vertrouwds was. Willemke Lap werd benoemd tot adjunct-directrice van De Lijte, een functie die ze tot haar pensionering heeft vervuld. Het gebouw kwam leeg te staan, niet voor lang. Nieuwe bewoners vonden er een tijdelijk onderdak, maar daarover en de dramatische ondergang van het gebouw de volgende keer..
