Het oude rusthuis aan de vaart, deel 2
Voordat de oorspronkelijke ‘Stoppelaarspleats’ in 1884 in gebruik kon worden genomen als earmhûs, werd het voor een bedrag van maar liefst f 2758 aan de nieuwe bestemming aangepast. In 1908 volgde nog een uitbreiding waardoor er plaats was voor maximaal 40 armlastige ouderen en/of andere hulpbehoevenden. Het bestuur, de ‘Algemeene Armvoogdij van Ureterp’, werd in de loop der tijd aangevuld met regenten en gemeentelijke ambtenaren, waarna het tehuis in 1965 bij de invoering van de Algemene Bijstandswet geheel onder gemeentelijk gezag kwam.
Ondertussen werd het gebouw in de loop der tijd regelmatig gemoderniseerd en verbouwd. Zo kwam er in de loop der tijd waterleiding, centrale verwarming en een badkamer waar de bewoners om de week gebaad en gedoucht konden worden. De ene week de mannen en de andere week de vrouwen. Een ongedeeld genoegen was het nu niet direct. Vele oudjes vonden het eerst maar helemaal niks. Dat was anders toen er wc’s kwamen, dat vond men aardig gerieflijker dan door weer en wind naar het húske achter op de tuin te moeten gaan.
Die tuin dat was me wat. Bij het complex hoorde 8½ ha grond. Een overblijfsel van de oude Stoppelaarspleats. Een gedeelte daarvan was een grote groente- en bloementuin en ook stonden er veestallen voor de varkens en koeien. Er scharrelden kippen rond en de koeien graasden in de bijbehorende weilanden.
De bewoners moesten zelf het vee verzorgen, de koeien melken, aardappels poten en rooien, de groenten verbouwen en oogsten en in de keuken helpen met het verwerken van alles wat er werd geoogst. Vlees kreeg men door een koe of varken te slachten.
Het was wat men heden ten dage met een duur woord een ‘self-supporting community’ zou noemen.
Tegenwoordig is zoiets ondenkbaar in de ouderenzorg, maar in die tijd vond men het heel gewoon. Vergeet niet dat veel bewoners nog redelijk goed van lijf en leden waren en gemiddeld aanmerkelijk jonger dan de hedendaagse bewoners van een verzorgingstehuis. Bovendien hadden velen nooit iets anders gedaan dan op het land werken.
De laatste ingrijpende verbouwing vond plaats in 1961. Van de oude regentenkamer, de gang en de huiskamer van het beheerdersechtpaar, werd een grote recreatiezaal gemaakt en er kwam een grotere moderne keuken met een echte ‘vriescel’.
Voor het beheerdersechtpaar werd naast het rusthuis een bungalow gebouwd. In 1967 werd het gebouw als bejaardenhuis afgekeurd, omdat het niet meer voldeed aan de moderne welstandseisen. Dat gold niet voor de alom geprezen liefdevolle verzorging van de bewoners, sinds 1967 onder de bezielende leiding van Willemke Lap. Maar eind 1972 was het definitief gebeurd en verhuisden bewoners en personeel naar De Lijte. Daarmee kwam een einde aan meer dan 120 jaar ouderenhuisvesting aan de Vaart. Gebleven zijn de vele verhalen, anekdotes en herinneringen aan het oude rusthuis.
