De klokken van Ureterp


De klokken van Ureterp
© Foto voorblad: Stichting Dorpshistorie Ureterp, gepubliceerd onder de licentie/disclaimer: Gemaakt door Stichting Dorpshistorie Ureterp

“De klokken fan Oerterp syn toer wurde let”, zo begint het lied dat de bekende Ureterper muzikant en liedjesschrijver Harm de Wilde in 1976 schreef voor de revue ‘Wêr bleau de tiid” ter ere van het jubileum van de Master Allershofskoalle.

Geschiedenis van de Ureterper klokkenstoel 

De  Sint-Petruskerk of Pieterkerk dateert van omstreeks 1250. Het is daarmee verreweg het oudste bouwwerk van ons dorp. Mogelijk dat er daarvoor reeds een toren stond, wel of niet voorzien van klokken. Maar die zal dan hoofdzakelijk gediend hebben als verdedigingswerk en schuilplaats bij dreigend gevaar. Aan de galmgaten in de toren is nog te zien dat er ooit  klokken in hebben gehangen. 

In ieder geval is bekend dat er in 1766 door de plaatselijke timmerman voor fl.271 een klokkenstoel werd gebouwd, omdat het luiden van de klokken in de kerktoren niet langer vertrouwd was. Het houten bouwwerk  kwam te staan in de Noordoosthoek  van  het kerkhof ter hoogte van de hedendaagse kerkingang. Later hebben  de klokken weer een aantal jaren in de kerktoren gehangen, maar de constructie was er ook toen  niet op berekend., Daarom werd er in 1899 een nieuwe klokkenstoel gebouwd op de plek waar hij nu nog staat. Waarom hij verplaatst werd had zijn reden. Boeren en voerlui klaagden al langere tijd dat paarden vaak schrokken en op hol konden slaan wanneer de klokken onverwachts begonnen te beieren, zo dicht bij de weg.  Door de klokkenstoel naar achteren te verplaatsen hoopte men van dit euvel verlost te zijn. 

Een houten klokkenstoel vraagt veel onderhoud. De gemeente Opsterland als eigenaar wilde er daarom wel vanaf. In 1948 werd door Plaatselijk Belang nieuwe klokken aangeschaft ter vervanging van de door de bezetter in 1943 geroofde klokken. 

De begrafenisvereniging ‘De Laatste Eer’ werd toen de nieuwe eigenaar van de klokkenstoel en de klokken. 60 Jaar later in 2008 werd de gemeente weer de eigenaar. 

Betekenis van het klokluiden. 

Het luiden van klokken dateert al uit de Middeleeuwen en daarvoor. Het is voortgekomen uit een heidense cultus om met (veel) lawaai boze geesten of de duivel op de vlucht te jagen. Later, na de kerstening, werd het ingebed in de katholieke en later ook de protestantse liturgie. Maar niet helemaal, want  het aloude gebruik om bij een begrafenis onder klokgelui drie keer met de lijkkist het kerkhof rond te lopen om de demonen te verjagen is hier en daar nog in zwang. Ook het Sint-Thomas luiden in de laatste week van het jaar, zoals bijv. in Katlijk past in die oeroude voorchristelijke  traditie. 

In de christelijke eredienst is het klokluiden bedoeld om de gelovigen op te roepen om naar de kerk te gaan voor het bijwonen van de eredienst, maar ook bij christelijke hoogtijdagen werden of worden de klokken geluid en bij begrafenissen . 

Maatschappellijke functie     

Daarnaast hadden de klokken een belangrijke maatschappelijke functie. In de tijd dat er nog geen horloges, radio’s, tv, laat staan internet en smartphones waren, was de kerkklok het enige, wat we nu zouden noemen massa-communicatiemiddel. 

’s Morgens vroeg werd men met klokgelui opgeroepen om ter arbeid te gaan. Met noen, om twaalf uur, voor het middaggebed en middagmaal. En tegen de avond het vesper, de oproep tot het avondgebed en avondeten 

Aan die traditie, voortgekomen uit het angelusluiden in de katholieke kerk worden we in Ureterp ook nu nog drie keer per dag herinnerd. Het kleppen van de klok, d.w.z. de klepel slaat maar tegen een kant van de klok, riep toen op tot gebed. Vergelijk het met de adhan (oproep tot gebed) vanaf de minaret  bij de moskee.  Daarnaast werden de klokken geluid bij geboorte en dood van dorpsgenoten en belangrijke personen. Het ‘beluiden’ van de doden gebeurt soms nog wel. Bij vreugde of leed, maar ook bij onheil  of brand beierden de klokken hun boodschappen over stad, dorp en land. Zo nu en dan gebeurt dat nog.  Zoals bij de herdenking van de MH17 ramp en ook bij de uitbraak van de Corona crisis hebben de Ureterper klokken op een aantal dinsdagavonden geluid.  Geoefende luisteraars konden dan aan de toon en het ritme van het klokgelui horen welk soort  boodschap werd verkondigd. Maar dat vereiste in de eerste plaats vakkundige klokkenluiders.  Voor zover ik weet is Ureterp het enige dorp in wijde omtrek waar het tijdluiden nog consequent wordt volgehouden. Ik heb het idee dat het bij de Ureterpers niet lijdt tot hinderlijke geluidsoverlast, maar eerder de signaalfunctie heeft van: “ Och heden is het is al twaalf uur?’”  

Natuurlijk is het niet  te vergelijken met een carillon dat om het kwartier of half uur zijn heldere  klanken uitstrooit  over een oude binnenstad, maar het geeft Ureterp wel zijn eigen couleur- locale’.  

De Klokkenluider 

Alhoewel het woord klokkenluider vandaag de dag een andere associatie oproept nl. van iemand die misstanden in de maatschappij aan de kaak stelt, is de oorspronkelijke betekenis niet ver weg. Beide zijn boodschappers. 

Een klokkenluider had vroeger dan ook een belangrijke en  verantwoordelijke functie. Het waren vaak schoolmeesters, die nevenfuncties hadden  als klokluiders, voorzangers  in de kerk en doodgravers. Dat ze daarnaast ook nog de kinderen moesten opvoeden en onderwijzen tot alle christelijke en maatschappelijke deugden, schoot er dan ook vaak bij in. 

Meester Weersinga uit Ureterp maakte het wel erg bont. Het klokluiden besteedde hij uit aan zijn echtgenote en daar ging het wel eens mis. “Mastersjuffer” lustte graag een borrel, waardoor de klokken wel eens op onmogelijke tijden werden geluid. 

Eelke Allershof 

De laatste schoolmeester die in Ureterp ook klokkenluider was, was één van mijn illustere voorgangers, nl. Eelke Allershof. Naar hem is de Master Allershofskoalle genoemd, dat later de Twirre is geworden. Allershof was hier schoolhoofd van 1862 tot 1894. In tegenstelling tot vele van zijn voorgangers was hij wel een voortreffelijk onderwijzer en vond dat ook zijn belangrijkste taak in het dorp. Daarnaast gaf hij cursussen aan boeren  over  landbouwonderwijs en agrarische vernieuwingen. De naslagwerken die hij daarover geschreven heeft hebben jarenlang tot de standaardwerken van het landbouwonderwijs behoord. 

Het klokkenluiden nam hij heel serieus. Op het kerkhof had hij een greppel gegraven van noord naar zuid. Aan het eind stond een paal. Als de schaduw van de paal precies in het midden van de greppel viel, dan was het exact 12 uur.  In 1873 evenwel kreeg hij bonje. De klokken waren uit de stoel gehaald en Allershof stelde voor om één klok te verkopen en er een uurwerk in de toren voor aan te schaffen. De kerkvoogden voelden hier wel voor, maar er was zoveel weerstand dat de klokken ’s nachts met hooivorken en knuppels bewaakt werd met als devies: ‘Geen der klokken zal verdwijnen”. De kerkvoogden hebben toen maar van het plan afgezien. 

Latere klokkenluiders 

Andere bekende klokkenluiders van vroeger waren de broers Tsjalling en Jut. Van hen zijn nog oude anekdotes bekend. Een van de latere klokkenluiders was Roel Nijboer, bij de ouderen onder ons nog wel bekend en niet alleen als koster/klokkenluider, maar vooral ook als acteur. Het drie keer daags tijdluiden met de kleine klok gaat tegenwoordig mechanisch, daar komt geen klokkenluider meer aan te pas.  

Maar bij bijzondere gelegenheden zoals de 4 mei herdenking en bij begrafenissen en speciale gelegenheden worden de klokken nog handmatig met het luidtouw bediend door de huidige klokkenluider Jan Wind. De kunst is volgens hem om te zorgen dat beide klokken in een vast ritme blijven slaan en niet uit de maat gaan lopen en gaan ‘bongelen’  Jan Wind heeft het ‘vak’ weer van zijn vader geleerd en kan met veel liefde en passie vertellen over het klokluiden. Maar de bekendste klokkenluider is  natuurlijk Quasimodo, de gebochelde klokkenluider uit de filmklassieker  ‘De Klokkenluider van de Notre Dame”.

Ureterper klokken

We weten niet precies wanneer het eerste klokgelui in Ureterp was te horen. Waarschijnlijk omstreeks 1600. In ieder geval ver voor 1766. In dat jaar werd door de kerkvoogden en Grietman Lycklema-a- Nijeholt besloten om de twee bestaande klokken om te gieten tot twee nieuwe klokken. De kosten waren 481 florijnen. 

Ze hebben dienst gedaan tot 31 maart 1943. Op die fatale dag stonden Duitse officieren, vergezeld van  acht collaborateurs bij  koster Eeuwe Nijboer op de stoep.  Hij werd gesommeerd om mee te werken de klokken uit de klokkenstoel te verwijderen. Tegenwerken, smeekbedes of argumentaties hadden  geen enkele zin. Koster Eeuwe ,een felle  anti nationaalsocialist, moest  machteloos en knarsetandend toezien hoe beide klokken geroofd werden om omgesmolten te worden tot kanonslopen of ander wapentuig.  

Dit trieste lot is vele kerkklokken overkomen. Sommige zijn na intensief speurwerk na de oorlog geheel intact teruggevonden. Die van Ureterp helaas niet.  In een bijzondere vergadering van Plaatselijk Belang en de uitvaart ver. “De Laatste Eer” werd op 26 april 1946 een klokkencommissie benoemd die belast werd met het inzamelen van gelden voor de aanschaf van  twee nieuwe luidklokken. Voorzitter werd Romke Timmermans een bekende propagandist en verzetsstrijder. De commissie ging voortvarend te werk. Onder het mom van: “Voor Ureterp is mei klokkenmaand”, werd er in een  maand tijd meer dan  Fl. 6800 binnengehaald. En dat  in een tijd zo vlak na de oorlog, waarin men elke cent hard nodig had om  het eigen  bestaan weer op te bouwen. Een geweldige prestatie, maar ook  een bewijs dat men waarde hechtte aan dorpsklokken. 

Met een bijdrage van de gemeente en een rijksvergoeding  kreeg de firma Petit en Fritzen uit Aarle- Rixtel opdracht tot het vervaardigen van twee luidklokken van resp. 800 en 600 kg. 

Een jaar later werden de nieuwe klokken in de klokkenstoel gehangen en werd De Laatste Eer de nieuwe eigenaar van de klokkenstoel en de klokken.  Dat heeft geduurd tot 2008 toen het eigendomsrecht van toren en klokkenstoel weer werd overgedragen aan de gemeente Opsterland. 

Het opschrift op de grote nieuwe klok luidt:  

Wy hingje hjir yn’t plak fan de liedklokken, dy’t getten waarden yn 1766 en yn 1932 en  dy’t ús yn’t oarlochsjier 1943, 31 maert ûntstellen binne troch de Dútskers. 

De Urterpers joegen ús yn eigendom oer oan “de Laatste Eer”. 

Aarle-Rixtel, 1948                                                                  Urterp 1948 

Randschrift op de grote klok: 

Ik bounzje drôf, ik bounzje bliid, 

GOD jowt it alles op syn tiid 

Randschrift op de kleine klok: 

Al moast ús folk yn de oarloch hast forbliede, 

Foar frije Friezen meije wy wer liede. 

De klokkenstoelrestauratie in 1982. 

In 1980 stuurde de eigenaresse van de klokkenstoel, begrafenisvereniging “De Laatste Eer’, een alarmerende brief naar de gemeente en Plaatselijk Belang. De stoel verkeerde in dusdanige slechte staat (houtrot), dat op dringend advies  van deskundigen het gebruik van de klokken moest worden stopgezet. Renovatie zou meer dan 65.000 gulden moeten kosten, geld dat De Laatste Eer niet had. Pogingen om de klokkenstoel over te dragen aan de gemeente leidden tot niets. De brief eindigde met de mededeling dat het bestuur zich genoodzaakt zag om op termijn tot ontmanteling van de stoel over te gaan.  Nov. 1981 werd in een gezamenlijke vergadering van Plaatselijk Belang,  De Laatste Eer en   vertegenwoordigers van de drie kerkelijke groeperingen besloten om een ultieme poging te wagen om de stoel en de klokken voor het dorp te behouden. 

Onder de naam van: Een nieuwe klokkenstoel voor Ureterp werd een breed gedragen commissie benoemd, bestaande  uit vertegenwoordigers van de 5 bovenstaande  groeperingen. Schrijver dezes werd als afgevaardigde van Pl. Belang tot voorzitter gekozen. De commissie ging voortvarend te werk.  

Men was er zich van bewust, dat de restauratie met eigen middelen uitgevoerd zou moeten worden. Subsidieaanvragen bij diverse instanties werden niet gehonoreerd.  O.a via de Tipgever werd de bevolking op de hoogte gehouden van de gang van zaken. 

Alle verenigingen werden aangeschreven en verzocht om hun steentje bij te dragen en met succes. De meest ludieke acties werden opgezet, van konijnenrace tot bonte avonden . Het resultaat was verbluffend. Op de hoek Weibuorren-Mounestrjitte stond een metershoge thermometer waar dagelijks de stand van de financiën werd bijgehouden. 

Tekstvak 2, Textbox

Kosten renovatie 

De begroting was gebaseerd op 70.000 gulden incl. een automatische luidinstallatie. 

De commissie vond dat de restauratie uitgevoerd moest worden door een plaatselijke aannemer. Uiteindelijk wilde aannemersbedrijf Sj. Eppinga de klus klaren voor zo’n 60.000 gulden exclusief de luidinstallatie + eventuele meerkosten.  

Complimenten aan het vakmanschap van o.a T. Kiers en H.v.d.Sluis die met origineel handgereedschap het harde Bilingarhout bewerkt hebben tot de robuuste klokkenstoel met alleen maar  houten pen-en-gat verbindingen en niet te vergeten dokter  Willem Brouwer, die als volleerde bouwvakker bijna dagelijks op de bouwplaats te vinden was in een vale spijkerbroek met ‘ít krús op de knibbels’.

Totaal werd er bijna 79.000 gulden opgehaald, waardoor er nog een reservepotje over bleef voor toekomstig onderhoud. Een klein overzicht van de opbrengsten: 

Snertactie en oliebollenactie         f    6.100 

Intekenlijsten onder de inwoners f  24.000 

Giften verenigingen, bedrijven f 24.000  

Bazaar en braderie Middenstand f   5.000. 

Verkoop cassettebandjes en kalenders f   8.000  

Subsidie gem. Opsterland f   9.000 

Diversen en rente f   2.700 

Totaal  zo’n f 78.800, tegenwoordig om en nabij €92.000

Op 5 mei 1982 kon de hernieuwde klokkenstoel onder grote belangstelling feestelijk worden ingeluid. 

Tot slot  de tekst en melodie van ‘It liet fan Tsjalling  Kloklieder van Harm de Wilde. 

Het lied behoort tot het vaste repertoire van ‘Ít Oerterper Manljuskoar’.’ 

© Tekst: Roel van der Heide

Gerelateerde informatie


OnderwerpenFoto’s



Reageren

Via onderstaand formulier kunt u een reactie achterlaten voor de auteur of de eigenaar van het item. (Roel van der Heide)